Wat improv mij leerde over feedback geven

Gepubliceerd op 25 apr 2026

Jarenlang deed ik improvisatietheater. Niet om op te treden, maar omdat ik het leuk vond. Pas veel later, toen ik trainingen ging doen, merkte ik dat ik daar dingen had geleerd die ik in geen enkel feedbackmodel ben tegengekomen.

Drie daarvan gebruik ik bijna elke werkdag.

1. "Ja, en" komt voor "ja, maar"

In improv is er één regel die boven alle andere staat: je accepteert wat je scènepartner inbrengt. Doet iemand alsof hij een paraplu openklapt, dan heb jij geen zwaard in je hand — je hebt óók een paraplu. Pas als het aanbod er is, bouw je verder.

In feedback werkt het precies zo. "Ja, maar je deadline was vrijdag" duwt het gesprek meteen in de verdediging. "Ja, ik zag dat je er hard aan gewerkt hebt, en de deadline was vrijdag — wat liep er mis?" houdt het open. Niet soft, niet vaag. Gewoon: eerst erkennen wat er ligt, dan pas iets toevoegen.

Het rare is dat dit niet sneller of langer duurt. Het is alleen een andere volgorde. Maar die volgorde bepaalt of iemand nog luistert als jij bij je punt aankomt.

2. Luisteren tot je het ook écht kunt navertellen

Op het podium merk je binnen een halve seconde of iemand wel of niet geluisterd heeft. Je ziet het aan de blik. Iemand die alleen wacht op zijn beurt, kijkt naar binnen. Iemand die luistert, kijkt naar jou.

Bij feedback is het hetzelfde, alleen subtieler. Iedereen herkent een gesprek waarin de ander zijn reactie al klaar had staan voor jij uitgepraat was. Dus vraag ik mezelf voor ik iets zeg één ding: kan ik in eigen woorden navertellen wat diegene net zei?

Als het antwoord nee is, heb ik niet geluisterd. Dan heb ik gewacht. En dan is alles wat ik daarna zeg, bij voorbaat al iets kleiner.

3. Zichtbaar falen is oké

In improv is vallen onderdeel van het spel. Een grap die niet aankomt, een idee dat nergens op aansluit — het gebeurt. Het geheim is niet om het te voorkomen. Het geheim is om te laten zien dát je het ziet. Niet doorgaan alsof er niets gebeurde.

Datzelfde zie ik terug in trainingen. De deelnemer die zegt "oké, daar sloeg ik de plank volledig mis" krijgt vaak méér voor elkaar in wat volgt dan de deelnemer die het camoufleert. Het geeft ruimte. Voor hem, voor mij, en voor de rest van de groep.

Voor leidinggevenden werkt het precies zo. Als jij als eerste kunt zeggen "dat heb ik niet goed aangepakt", dan maak je het voor iedereen onder je veiliger om hetzelfde te doen. Niet als truc — als voorbeeld.

Feedback is geen model dat je afvinkt. Het is spel, in de beste zin van het woord: twee mensen die naar elkaar luisteren, iets aanbieden, iets terugkrijgen. Hoe meer improv ik doe, hoe meer ik denk dat trainingen daar in de kern ook over gaan.

Flore Hageman

Trainingsacteur

Informatie

  • KvK: 12345678
  • Gevestigd in Alphen aan den Rijn
  • Werkzaam in de Randstad en landelijk
© 2026 Flore Hageman. Alle rechten voorbehouden.